Bestuurdersverklaring

Bij overtredingen die niet onder de Wet Mulder vallen en waarbij geen staandehouding heeft plaatsgevonden, zal het Openbaar Ministerie in het geval niet duidelijk is wie de bestuurder van het voertuig was, je een bestuurdersverklaring sturen. Dit document is erop gericht duidelijkheid te krijgen wie de overtreding heeft begaan.

Het ontvangen van een bestuurdersverklaring dient maar voor één doel: de bestuurder achterhalen, teneinde deze te straffen volgens de geldende eisen (B.O.S). Het gaat hierbij altijd om een overtreding die niet onder de Wet Mulder valt, en waarbij normaliter zelfs het rijbewijs wordt ingenomen, voor kortere of langere periode.

Snelnavigeren

-Als het kenteken niet op jou naam staat
-Als het kenteken wel op jou naam staat
-Aanwijzing onbekend gebleven bestuurder van het OM
-Nog meer vragen?


Relevante onderwerpen verwant aan deze pagina


 

Als het kenteken niet op jouw naam staat (leaseauto, auto werkgever,huurauto etc)

Je hebt een bestuurdersverklaring ontvangen. Mocht hier een transactievoorstel bij zitten, dan dien je dit te betalen. De verklaring kun je dan gebruiken als kattenbakvulling, echter in geen geval terugsturen (de overtreding wordt dan gekoppeld aan je naam, oftewel je krijgt een "kruisje"). De betaling dien je in zo’n geval te voldoen vanaf het postkantoor, d.m.v. een contante storting, met als betalende partij een fictieve naam (bijv. M. Nonkwabie uit Vinkeveen).

Mocht de lease- of verhuurmaatschappij het bedrag reeds hebben betaald, dan kun je zonder zorgen het bedrag vanaf je rekening aan deze storten.

In sommige gevallen kun je zelfs een telefoontje ontvangen waarbij wordt aangegeven dat je "gehoord" gaat worden door een BOA. Mocht er geen actueel telefoonnummer van je bij het OM zijn, zul je een brief ontvangen waarin je wordt verzocht contact op te nemen, teneinde "gehoord" te gaan worden. De toon van zowel het telefoongesprek als de brief insinueren dat je verplicht bent hieraan mee te werken. Niets is echter minder waar. Je hoeft nimmer aan je eigen veroordeling mee te werken, dus meld je de agent dat je geen idee hebt waar hij het over heeft. Deze BOA's zijn hier speciaal op getraind, dus zullen niet snel loslaten, en je zelfs een uitspraak proberen te ontlokken! (“Wij hebben een foto waar u op staat...”) Meld dat je niets verklaart, want dit maakt het voor jou alleen maar moeilijker.

Het is nu zeker van belang om een aantal verklaringen te verzamelen, dat je zelf niet de bestuurder van het voertuig was.

Na verloop van tijd zal je worden opgeroepen om in de rechtbank te verschijnen, de zgn. "dagvaarding". Dit kan zijn omdat er is aangegeven dat je de regelmatige bestuurder bent. De OvJ zal je de overtreding ten laste leggen met de bewijzen die hij heeft (flitsfoto,verklaring BOA, etc.). Bij ontkenning van jouw zijde zal direct door de rechter gevraagd worden wie dan wél de bestuurder was ten tijde van de overtreding. Dit wordt je indringend gevraagd, waarbij soms zelfs op voorhand wordt gemeld dat anders jij aansprakelijk bent. Laat je niet intimideren, en meld dat er diverse familieleden met de wagen rijden, en dat je niet heeft kunnen nagaan wie er op dat moment van de wagen gebruik heeft gemaakt. Je maakt dan gebruik van het "verschoningsrecht".

Jouw verklaringen zal je moeten overleggen als er getwijfeld wordt aan je ontkenning. De rechter heeft nu verschillende mogelijkheden:

- er kan aanvullend onderzoek plaatsvinden

- er wordt een boete opgelegd "op kenteken", deze is vaak hoger maar er zijn geen verdere strafmogelijkheden voorhanden (bv Ontzegging Rijbevoegheid).

- je wordt toch veroordeeld teneinde af te dwingen om je te laten bekennen (dit zal dan via een hoger-beroepzaak moeten worden opgelost). Geef in zo’n geval direct aan in hoger beroep te gaan teneinde je rijbewijs veilig te stellen (anders mag je dat meteen inleveren).

Ga naar top

Als het kenteken wel op jou naam staat

Indien het kenteken op jouw naam staat, zal aan jou de bestuurdersverklaring worden gestuurd, teneinde te bepalen wie de bestuurder ten tijde van de overtreding was. Indien je deze niet invult, zul je als zijnde "bestuurder" worden gedagvaard. In sommige gevallen is bekend dat er op dezelfde wijze wordt opgetreden als in het eerdere geval (Als het kenteken niet op jouw naam staat).

Op de zitting heb je niets te verliezen, je bent nl. al gedagvaard als "verdachte" en je rijbewijs zal dan ook hoogstwaarschijnlijk gevaar lopen. Het is zaak de rechter ervan te overtuigen dat je niet de bestuurder was. Dat kun je versterken met verklaringen van derden en/of bonnetjes waaruit blijkt dat je heel ergens anders was.

Op de vraag wie er dan wél gereden heeft, mag je zwijgen, of je beroepen op onwetendheid. Alles valt of staat nu met je houding. Mocht je van jezelf weten dat je dit niet kan, kies er dan voor een ander zich voor jou te laten "opofferen". Uiteraard alleen vrijwillig.

Nu zijn er verschillende mogelijkheden:

- er wordt een boete opgelegd "op kenteken". Deze is vaak hoger, maar er zijn geen verdere strafmogelijkheden voorhanden (bv Ontzegging Rijbevoegheid).

- je wordt toch veroordeeld teneinde af te dwingen om je te laten bekennen (dit zal dan via een hoger-beroepzaak moeten worden opgelost). Geef in zo’n geval direct aan in hoger beroep te gaan teneinde jouw rijbewijs veilig te stellen (anders mag je dat meteen inleveren).

- het door jou aangewezen slachtoffer wordt veroordeeld, en mocht deze geen historie hebben in het strafregister, zal hij/zij er met een boete en een voorwaardelijke rijontzegging vanaf komen.

Ga naar top

 

Aanwijzing onbekend gebleven bestuurder

Beleidsregels - Verkeer (actueel)

Aanwijzing onbekend gebleven bestuurders (artt. 165 en 181 WVW 1994)

Categorie opsporing, vervolging, strafvordering
Rechtskarakter aanwijzing in de zin van art. 130 lid 4 Wet RO
Afzender College van procureurs-generaal
Adressaat Hoofden van de parketten
Registratienummer 1999A032
Datum vaststelling 14-10-1999
Datum inwerkingtreding 01-11-1999
Geldigheidsduur 01-11-2003
Publicatie in Stcrt 1999, 212
Vervallen
  • Richtlijn inzake de behandeling van zaken met betrekking tot onbekend gebleven bestuurders (165 en 181 WVW 1994) d.d. 23-11-1994
  • Relevante beleidsregels -
    Wetsbepalingen

    artt.165 en 181 WVW 1994

    Jurisprudentie -
    Aantal bijlagen 1


    Inhoud

    Achtergrond

    In de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder) is de kentekenhouder aansprakelijk voor gedragingen verricht met een motorrijtuig waarvan het kenteken op zijn naam is gesteld. Bij de verkeersgedragingen die op basis van de Wet Mulder worden afgehandeld, kan het zoeken naar de feitelijke bestuurder dus achterwege blijven. 

    Alleen bij de verkeersovertredingen die niet op basis van de Wet Mulder worden afgedaan en bij verkeersmisdrijven kan er sprake zijn van een onbekend gebleven bestuurder. In de artt. 165 (met betrekking tot de verkeersmisdrijven) en 181 WVW 1994 (met betrekking tot de overtredingen) is vastgelegd hoe zaken met betrekking tot onbekend gebleven bestuurders dienen te worden behandeld.

    Bij een overtreding is de eigenaar of houder, indien hij de feitelijke bestuurder niet bekend maakt, aansprakelijk voor de op de overtreding staande straf. Betreft het een verkeersmisdrijf, dan is het niet (kunnen) verstrekken van de vereiste informatie om de feitelijke bestuurder te achterhalen, in art. 177, eerste lid, onderdeel a, WVW 1994 afzonderlijk als zelfstandige overtreding strafbaar gesteld. Het niet voldoen aan de zorgplicht de feitelijke bestuurder te noemen, rechtvaardigt niet zonder meer dat de eigenaar of houder aansprakelijk wordt gesteld voor het met zijn voertuig begane misdrijf.

    Samenvatting

    Deze aanwijzing bevat regels voor de opsporing en vervolging van onbekend gebleven bestuurders.

    Opsporing

    Horen kentekenhouder

    De kentekenhouder die  als verdachte van een verkeersmisdrijf is aangemerkt (namelijk als verdachte is gehoord) is niet verplicht is aan de vordering van art. 41 WVW  (lees: art. 165 WVW 1994) gevolg te geven (HR 26 oktober 1993, NJ 1994, 629).

    De vordering is immers aan een verdachte gericht en die is gezien art. 29 WvSv niet verplicht antwoord te geven op de vordering de naam van de bestuurder bekend te maken. Gezien dit arrest dient de politie dus eerst de vordering van art. 165 WVW  1994 aan de kentekenhouder te doen, alvorens de kentekenhouder te verhoren als verdachte van een verkeersmisdrijf.

    Vervolging

    1. Vóórdocumentatie

    Indien het feit voor vóórdocumentatie in aanmerking komt, dan dient bij de aantekening in het Justitiële Documentatieregister tevens melding te worden gemaakt van art. 181 WVW 1994. Dit kan immers bij het strafvorderingsbeleid van belang zijn of betrekking hebben op overtredingen, begaan door een verdachte als bestuurder of als kentekenhouder.

    Daarbij valt te denken aan de kentekenhouder die verantwoordelijk is voor het rijden met een snelheid van 85 km/uur binnen de bebouwde kom. Dan wordt vóórgedocumenteerd: art. 20 onderdeel a RVV 1990 jo 181 WVW 1994. Voor nadocumentatie (onder meer geldboetes vanaf € 90,76) geldt mutatis mutandis hetzelfde.

    2. Dagvaarding

    In verband met de mogelijkheid dat de verdachte ook zichzelf kan opgeven als bestuurder, dient subsidiair in de tenlastelegging te worden uitgegaan van de door de verdachte als bestuurder gepleegde onderliggende verkeersgedraging. 

    De mogelijkheden tot bekendmaking dienen voorts op straffe van nietigheid eveneens te worden opgenomen in de dagvaarding. Ter vermijding van misverstand dient eveneens in de dagvaarding te worden medegedeeld, dat door enkele bekendmaking van de naam en het volledige adres van de bestuurder de dagvaarding haar geldigheid nog niet verliest.

    Indien één van de hiervoor genoemde bekendmakingen plaatsvindt op het moment, dat de dagvaarding al is verzonden, dan is het raadzaam de dagvaarding niet in te trekken, doch het aan te laten komen op behandeling ter terechtzitting. De dagvaarding verliest immers door de enkele bekendmaking niet haar geldigheid. Ter terechtzitting kan aanhouding worden verzocht ten behoeve van nader verificatie-onderzoek, tenzij, in geval van tegenspraak, aan de hand van het onderzoek ter terechtzitting reeds kan worden gekomen tot een einduitspraak.

    3. Uitsluitingsgronden

    Art. 181, tweede lid, WVW 1994 biedt de verdachte ruime waarborgen ter voorkoming van een onterechte veroordeling. Ter voorkoming van misbruik dienen het OM en de politie strikt de hand houden aan met name de in artikel 181, tweede lid, WVW 1994 genoemde vervolgingsuitsluitingsgronden. Indien door de eigenaar/houder schriftelijk aan het openbaar ministerie de bestuurder wordt bekendgemaakt - nog vóórdat het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen - dient veelal nog enig nader onderzoek te worden verricht. Maakt de eigenaar/houder een andere persoon bekend als bestuurder, dan vereisen de algemene strafrechtsbeginselen, dat hiervan door middel van een politieverhoor zo mogelijk bevestiging wordt verkregen. Maakt de eigenaar/houder zichzelf bekend als bestuurder, dan kan deze direct als bestuurder worden gedagvaard. 

    Indien de kentekenhouder bekend maakt dat hij geen eigenaar/houder was ten tijde van het plegen van de overtreding,  zal ingevolge art. 1, derde lid, WVW 1994 (zinsnede 'tenzij anders blijkt') eveneens aanvullend politieonderzoek gewenst zijn. Na het opnieuw bevragen van het kentekenregister kan eventueel wederom de procedure van art. 181 WVW 1994 worden doorlopen. Als de verdachte tijdens de terechtzitting de bestuurder bekend maakt, zal de ingevolge art. 181, tweede lid, onderdeel c, WVW 1994 genoemde mogelijkheid tot bekendmaking alleen mogen worden geaccepteerd, indien dit plaatsvindt dadelijk na de ondervraging als bedoeld in art. 278 WvSv.

    STRAFVORDERING

    Indien het (grond)feit voor een OM-transactie in aanmerking komt kan de transactie verstuurd worden aan de in het proces-verbaal vermelde kentekenhouder, die ingevolge art. 1, derde lid, WVW 1994 wordt aangemerkt als eigenaar/houder en die ingevolge art. 181, eerste lid, WVW 1994 strafbaar is.

    Bij het te voeren strafvorderingsbeleid dient het OM zich te richten naar de onderliggende overtredingen, waarvoor de eigenaar/houder strafbaar is. Derhalve kan de hoogte van de transactie en de eis ter terechtzitting in zijn algemeenheid worden afgeleid uit de richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften  (reg. nr. 1999R040).

    Overgangsrecht

    De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.






    Ga naar top

    Nog meer vragen?

    Mocht je nog meer vragen hebben dan kun je in het forum onder de kop “juridisch” vaak wel de antwoorden vinden. We wijzen je op de mogelijkheid van de zoekopdracht in het forum. Veel vragen zijn vast ooit al eens gesteld. Lees in het bijzonder de zogenaamde “sticky’s” door bovenaan op het forum “juridisch”. Mocht jouw vraag er toch niet bijstaan, open een nieuwe topic in het forum en stel daar je vraag. Veel mensen op het forum kunnen jouw vragen beantwoorden of eventueel behulpzaam zijn bij de stappen die je moet nemen.

    Ga naar top

    Relevante onderwerpen verwant aan deze pagina


    Snelheid >30 te hard
    T Trias voorstel
    Dagvaarding
    Verweer

     

     

    Ga naar top

    --Laatste update: 25 september 2007--
    Tekst en opmaak: Speedyman, Tukker_Pat

    Copyright 2007 ©Flitsservice.nl --Disclaimer--