Principiële vrijspraak gerechtshof in laserzaak


Principiële vrijspraak gerechtshof in laserzaak



Op 23 november 2004 heeft het gerechtshof in Amsterdam, zitting houdende te Leeuwarden, uitspraak gedaan in een zaak tegen een 36-jarige man uit Zuid-Scharwoude.



Onze cliënt is bijgestaan door mr. Tjalling van der Goot.



Onze cliënt werd verweten dat hij in november 2000 in de gemeente Venhuizen (NH) een Target Laser Echo 850 aanwezig had. Dit apparaat zou volgens het OM bedoeld zijn om de opsporing van snelheidsmetingen door middel van de lasergun te verstoren. Een en ander is als misdrijf strafbaar gesteld in art. 184 Wetboek van Strafrecht.



De politierechter te Alkmaar had onze cliënt op 19 februari 2003 veroordeeld. Tegen dit vonnis had de verdediging hoger beroep ingesteld.



Het hof oordeelt onder meer dat “onvoldoende is vast komen te staan dat de apparatuur in de auto van verdachte op het moment van de snelheidscontrole zodanig operationeel was dat het de meting met de laserpatrol kon verstoren. Onduidelijk is gebleven vanaf welke plaats de snelheidsmeting werd verricht, hoe de situatie ter plaatse was (verloop van de weg) en of er zich een ander voertuig in de nabijheid van het voertuig van verdachte bevond. Bovendien kan uit de stukken niet worden afgeleid of verdachte het betreffende apparaat niet, zoals hij verklaarde, heeft kunnen aanschaffen ten behoeve van het openen van een tuinhek en een garagedeur. Derhalve is het hof van oordeel dat het onderzoek onvolledig is geweest en acht het hof niet bewezen hetgeen aldus aan verdachte is ten laste gelegd.”



Het arrest van het hof bevat enkele principiële overwegingen.



Het gerechtshof heeft met deze uitspraak benadrukt dat vast moet komen te staan dat het apparaat in de auto operationeel dient te zijn. De politie had in de auto wel draden met aan de uiteinden een stekkertje geconstateerd, doch geen ontvangstkastje aangetroffen.



De verdediging had betoogd dat het in theorie mogelijk is dat een achter de auto van cliënt rijdende auto de lasermeting heeft verstoord. Dit blijkt uit onder meer uit een onderzoek door het NFI. Het OM had ter zitting een recent onderzoeksrapport van TNO overgelegd. Hieruit zou moeten blijken dat bij een auto met een tussenschot, waarin cliënt destijds reed, een verstoring door een andere auto direct door de auto van cliënt heeft kunnen plaatsvinden. Om toch te kunnen storen zou deze tweede auto echter een flink stuk achter de auto van cliënt hebben moeten rijden. Het hof oordeelt nu echter dat het proces-verbaal informatie dient te bevatten over de situatie ter plekke, vanaf welke plek de meting heeft plaatsgevonden en of er überhaupt andere voertuigen in de buurt waren.



Tot slot stelt het gerechtshof dat uit de stukken moet kunnen worden afgeleid dat de verdachte het betreffende apparaat niet heeft kunnen aanschaffen ten behoeve van het openen van een tuinhek of garagedeur. Met andere woorden, het gerechtshof legt een onderzoeksverplichting op de politie. De politie zal in een voorkomend geval, indien de verdachte beweert het apparaat te gebruiken voor een tuinhek/garagedeur dienen na te gaan of dit een serieus verweer is.



Het gerechtshof heeft tevens de teruggave gelast van de destijds in beslag genomen Target LE 850.



Formeel heeft het OM 14 dagen de tijd om beroep in cassatie in te stellen.

Bron:  Anker en Anker

Melder: vw-driver