Biobrandstof wordt verwaarloosd



22/02/2006 De markt voor biobrandstof kan groeien. Maar Nederland stimuleert de productie en verkoop te weinig, meent de sector.
„We staan aan de vooravond van een biobrandstofrevolutie”, zegt Frans Swarttouw, marketingmanager bij Argos Oil. De oliemaatschappij, met 75 tankstations, verkoopt als enige in Nederland e-fuel, loodvrij met 5 procent pure ethanol bijgemengd. „Het gaat wereldwijd hard met de alternatieve brandstoffen.”



Swarttouws bedrijf zou graag biobrandstoffen met een hoger percentage ethanol aan de pomp willen verkopen, maar „wij vinden de regeling rondom de accijnsvrijstelling onduidelijk. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld biodiesel”.



Uit een steekproef blijkt dat de consument niet meer voor zijn biobrandstof wil betalen dan voor zijn euroloodvrij. Swarttouw: „Dan zou je voor bijvoorbeeld voor een liter ethanol (E85, red.) een passende accijnsvrijstelling moeten afspreken (enkele tientallen eurocenten). Nederland moet een voorbeeld nemen aan Zweden en Duitsland waar de overheid de biobrandstoffenmarkt enorm heeft gestimuleerd.”



Bio-ethanol kan in de toekomst benzine volledig vervangen; autofabrikanten als Ford, GM en Volvo hebben al aangepaste flexifuel-motoren op de markt gebracht. Swarttouw: „Maar zonder de overheid maakt E85 hier geen kans.”



De Nederlandse overheid kan slecht uit de voeten met biobrandstof. „De overheid heeft zich gecommitteerd aan de Europese richtlijn – 5,75 procent van de transportbrandstoffen moet in 2010 uit biobrandstoffen bestaan – maar zij effectueert die doelstelling niet”, zegt Michel Arninkhof, secretaris van het platform bio-energie en consultant bij PriceWaterhouseCoopers. Het wemelt in Nederland van de bedrijfjes die willen investeren in biobrandstoffen, zegt Rob Janssens van de Wageningse consultant DLV. „Maar helaas, de meeste biodiesel die in Nederland wordt geproduceerd, verdwijnt over de Duitse grens.” Er geldt nu een accijnsverlaging wanneer biobrandstoffen bij diesel of benzine worden bijgemengd, maar die weegt niet op tegen die in Duitsland, aldus Janssens.



Arninkhof van PriceWaterhouseCoopers ziet grote kansen voor de Nederlandse biobrandstofindustrie: er is hier ruim voldoende aanvoer van reststoffen om biobrandstoffen te maken. „Denk aan de residuen van de suikerindustrie, de cacao-industrie en de oliën- en vettenindustrie.” Hij stelt dat de technologische kennis in Nederland beschikbaar is, maar grootschalige investeringen uitblijven. Zo heeft Nedalco zijn besluit om een nieuwe ethanolfabriek te bouwen uitgesteld.



Vanaf volgend jaar geldt in Nederland een verplichtingenstelsel voor biobrandstoffen: oliemaatschappijen zullen verplicht 2 procent moeten bijmengen. „De accijnsvrijstelling vervalt, terwijl de overheid door de hoge olieprijs juist geld genoeg heeft om biobrandstof fiscaal te stimuleren”, zegt Arninkhof. „Als de richtlijn mogelijk niet gehaald wordt, zal je zien dat de overheid de oliemaatschappijen verwijten maakt.” Zij zijn het immers die de biobrandstoffen vanwege het verplichtingenstelsel zullen moeten leveren, of ze eraan verdienen of niet.



Het lijkt erop dat de overheid met haar gebrekkige fiscale stimulering (zie box) de ontwikkeling van eerste-generatiebiobrandstoffen opzettelijk afremt. Arninkhof: „Zo’n strategie zou een denkfout zijn.” Om met succes biobrandstoffen van de tweede generatie te produceren, die milieuvriendelijker zijn, „is er een leereffect nodig”. Biobrandstoffen van de eerste generatie zijn bijvoorbeeld koolzaaddiesel en bio-ethanol uit voedingsgewassen (suikerbiet, graan), biobrandstoffen van de tweede generatie worden veelal van een houtige reststroom gemaakt.



Rob Janssens van DLV voorziet op termijn een schaalvergroting in de biobrandstofindustrie die de Nederlandse fabrikanten sowieso de kop zal kosten. In Delfzijl is onlangs een oliemolen in gebruik genomen met een capaciteit van 3,5 miljoen liter koolzaadolie per jaar. „Die is geen lang leven beschoren als hij moet concurreren met grote spelers als Shell of CargiIl. Die kunnen miljoenen liter produceren”, zegt Janssens. „De ontwikkeling van de tweede generatie biobrandstoffen overstijgt de Nederlandse landbouw.”




Solaroil vreest faillissement door accijnsingreep



Het bedrijf Solaroil Systems uit het Friese Boijl produceert puur plantaardige olie (PPO) op basis van koolzaad en kreeg voor een aantal projecten een volledige accijnsvrijstelling. Daarop is de Nederlandse overheid teruggekomen, zoals blijkt uit een recente brief van het ministerie van financiën. Staatssecretaris Wijn heeft besloten de accijnsvrijstelling voor PPO te beperken tot 31 cent per liter. „Dit leidt onherroepelijk tot ons faillissement”, schrijft Solaroil. In zijn motivatie schrijft het ministerie van financiën dat een terughoudend beleid ten aanzien van PPO op zijn plaats is. „In het verleden zijn vrijstellingen van accijns verleend voor experimenten met PPO. Het is nu echter duidelijk dat de volgende generatie biobrandstoffen –bio-ethanol en biodiesel – een beter milieurendement heeft dan PPO.”
 
 
Bron:  Trouw.nl
 
  Melder: bx gek
 



Flitsservice.nl wordt gehost door:

Prolocation banner