Column: Rechtsysteem?


Als centrum van ellende komen de meest merkwaardige verhalen binnen bij Flitsservice. Degenen die het forumonderdeel “Juridisch” met regelmaat volgen weten het: ons rechtssysteem staat op een hellend vlak. Dat is voor de meeste bezoekers nog zacht uitgedrukt.



Een automobilist krabbelt de jeuk aan zijn oren weg, wordt vervolgens aan de kant gezet door de politie en krijgt een bon voor handheld bellen. Helaas is dit geen unieke gebeurtenis. Voor de rechter geldt de verklaring van de agent sterker dan het woord van de automobilist. Het resultaat is een veroordeling voor 140 Euro. Vergissing plus ambtseed is veroordeling.



Den Haag, de politie heeft haar laser guns al ingepakt, maar één van de agenten houdt een automobilist staande, die op oogschatting erg hard rijdt. De agent zegt tegen de automobilist “jij krijgt het maximum”, 50km/u te snel, bijna het rijbewijs kwijt. De agent liet tijdens het gesprek merken niet exact te weten wat de rijsnelheid was, heeft nog overlegd met de collega’s en heeft vervolgens “maar wat opgeschreven”, 50km/u te snel, binnen de bebouwde kom. Zorgvuldigheid is mensenwerk, maar de ambtseed is keihard.



Twee maal hebben we bij Flitsservice hulpzoekenden gehad, die tussen de 700 en 800 Euro moesten betalen voor een snelheidsovertreding van enkele km’s, Één van de hulpzoekenden had een fout gemaakt bij het tijdig betalen van de bekeuring en hierbij fout op fout gestapeld. De andere had de bekeuring en de verhogingen nooit in de brievenbus gehad. “Stomme fouten” die tot desastreuze gevolgen leidden, want de bekeuringen waren na alle verhogingen in beide gevallen net zo hoog als een half maandinkomen. Ons rechtssysteem kent geen afremmingen, om ervoor te zorgen dat dit soort zaken buitenproportioneel uit de hand loopt.



Wat te denken van de rechtszaak, waarin de betrokkene met technisch bewijs kan aantonen dat een achtervolgende politie auto nooit een snelheidsovertreding van 140km/u kan constateren op een 100 weg, omdat de afstand tussen twee verkeerslichten maar 150 meter is? Die snelheid is vanuit stilstand technisch onhaalbaar. De politieagent stelt onder ambtseed dat de afstand tussen de verkeerslichten 200 meter is en de foto’s van hectometerpaaltjes gelden voor de rechter niet als bewijs. Veroordeeld voor het technisch onmogelijke en volgens die uitspraak dus ook veroordeeld wegens het overtreden van de natuurwetten.



De rechtbank wordt met spot al een veroordelingfabriek genoemd. Een advocaat van Kees Bosboom - ten onrecht veroordeelde wegens de moord op Nieke Kleijs - sprak in het televisieprogramma Villa BVD ook nog eens zijn verbazing uit over de werkwijze van de politie. Een voorbeeld van één van zijn cliënten. Bij een alcoholcontrole beweerde de politie dat een bestuurder en zijn passagier van plaats hadden gewisseld, waardoor er alsnog sprake was van rijden onder invloed. De politie sleutelde net zo lang aan het bewijs, tot er een veroordeling volgde.



Het Openbaar Ministerie heeft niet alleen in de zaak Nienke Kleijs fouten gemaakt in de bewijslast. In het klein is het Openbaar Ministerie evenzo heel erg goed in rechtsbelemmering.



Voor kleine overtredingen is het aan de betrokkene om zijn onschuld te bewijzen, maar het OM doet er alles aan om het vergaren van bewijs zoveel mogelijk te belemmeren. Denk aan de ijkrapporten van snelheidscontrole apparatuur, waarmee een snelheidsovertreder kan controleren of de hele procedure wel goed is verlopen. Het OM wil die ijkrapporten gewoon niet overhandigen, zelfs niet na een uitspraak van de hoogste rechter in Bestuursrecht. Het Openbaar Ministerie maakt tegenwoordig zelf zijn wetten en doet nog steeds moeilijk over die ijkrapporten.



Kijkend naar het televisieprogramma Wegmisbruikers is te bezien hoe radar detectors in beslag worden genomen. Op basis van een piepje wordt de detector “gevorderd”, zonder dat de agent het gezien heeft. Hierbij wordt verteld of gesuggereerd dat overtreding van die “vordering” tot een extra straf kan leiden. Die vordering stamt uit de wet op wapen en drugsbezit. Alleen is wapenbezit een “misdaad” en detectorbezit een “overtreding”. Voor juristen die de kleinste hoekjes van de wet kennen, heeft de vordering dan ook geen rechtsgrond, maar de politie maakt tegenwoordig zijn eigen wetten en gaat er doodleuk mee door.



Denk ook aan de onopvallende video surveillance. Voor een snelheidsovertreding moet de videoauto 17 seconden met gelijke snelheid achter de overtreder aanrijden om een goede meting te doen. Bij versnelling of afremmen gaat de meting de mist in en dat is meestal ook wel te zien op het filmpje. Desondanks gooit de politie het filmpje weg - technisch bewijs dat kan aantonen dat de overtreding minder ernstig was dan de politie heeft geconstateerd. Een verklaring van op ambtseed van de politie agent is genoeg. Weer wordt het de burger onmogelijk gemaakt om zijn bewijs bij elkaar te sprokkelen. Een cameraploeg van een televisieprogramma is dan eigenlijk de redding van de overtreder, want dan worden er opeens geen fouten gemaakt.



Rechtszaken voor verkeersovertredingen lijken steeds meer een ceremonieel karakter te hebben gekregen. Ze worden niet meer serieus behandeld, er wordt niet meer serieus geluisterd door rechters. Rechters krijgen zelfs van bovenaf opgelegd hoeveel tijd in minuten zij aan een zaak mogen besteden en in de praktijk worden rechters pas wakker als ze met het hamertje mogen zwaaien.



In Cuba werkt het anders. Een politieagent constateert een overtreding en zonder tussenkomst volgt meteen een veroordeling en een straf.



In de praktijk werkt het Nederlandse rechtssysteem voor kleine overtredingen bijna hetzelfde als in Cuba. Dankzij de ambtseed van de politieagent en de omkering van de bewijslast (bewijs je onschuld), heeft rechtsgang eigenlijk geen zin meer. En voor zover het nog wél zin heeft, komen er in de toekomst hervormingen, die de rechtsgang nog verder zullen inperken.



De rechter zit tussen politieagent en veroordeling te hameren alsof het een lieve lust is. Een van ons belastinggeld overbetaalde nutteloze bezigheid die de bevolking het gevoel moet geven dat wij geen Cuba zijn. Met hetzelfde resultaat is Havanna dan toch echt goedkoper, dit soort rechtspraak heeft Nederland helemaal niet nodig.



Dus mocht u toch naar de rechter stappen voor een kleine verkeersovertreding, neem een rum-cola mee. Proost met deze “Cuba-Libre” op de gezondheid van de Kantonrechter aan het eind van de zitting!

Bron:  Flitsservice.nl

Melder: DrNomad