Snelheidsovertreder heeft geen recht op inzage ijk



07/02/2002 Een snelheidsovertreding begaan en een acceptgiro ontvangen? In verschillende media wordt de burger de laatste tijd aangeraden om in beroep te gaan tegen deze overtreding. De tip is om in het beroep het vermoeden uit te spreken dat de meetapparatuur niet in orde was en inzage te vragen in het ijkrapport van de betreffende meetapparatuur. "Zonde van de moeite én de postzegel", meent mr. J. Spee, hoofd van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM).



De Hoge Raad heeft namelijk de uitspraak gedaan dat er geen wettelijke bepaling is die voorschrijft dat in geval het gaat om een met radarapparatuur geconstateerde snelheidsovertreding het ijkrapport van die apparatuur deel uit maakt van de stukken. Dat betekent dat betrokkene geen aanspraak kan maken op inzage van het ijkrapport. "Een beroep aantekenen met als argument dat men het ijkrapport wil zien, heeft dan ook geen kans van slagen. Het Openbaar Ministerie beantwoordt dergelijke brieven met een verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad (HR.6/4/99, 725-98-V)", aldus mr. J. Spee
 
 
Bron:  Openbaar Ministerie
 


Commentaar Flitsservice:


 

Dit is weer een poging van Justitie en vooral Officier van Justitie Koos Spee
om zo probleemloos mogelijk al dat geld binnen te harken. Wat is er nou op tegen
om een bezwaarmaker het ijkrapport toe te sturen? Elke vorm van controle wordt
de geplaagde burger ontnomen. IJkingsrapport geweigerd, pogingen om de burger
te doen geloven dat ze moeten betalen voor de foto, standaard afwijzingsbrieven.
U hoeft hiermee niet accoord te gaan. Bij het vragen om het ijkbewijs moet u
uitdrukkelijk stellen dat volgens u de meetapparatuur niet goed functioneerde.
Het slechts vragen om het ijkbewijs zal u een afwijzing opleveren. Overigens
wijs ik iedereen erop dat de Hoge Raad in bovengenoemde uitspraak stelt dat
het hierom radarapparatuur gaat. Een ijkbewijs voor een bekeuring door een lasergun,
lussencamera blijft dus opvraagbaar!!


Ook is onderstaande uitspraak van belang. Dit is een nieuwere uitspraak en
ging over de legaliteit van de lasergun. Belangrijk is de uitspraak "Dat
neemt niet weg dat de rechter, indien in een dergelijk geval de betrouwbaarheid
van de desbetreffende meting wordt aangevochten, zal moeten doen blijken van
een onderzoek naar de vraag of het meetmiddel voldoet aan en is gebruikt met
inachtneming van de daaraan uit een oogpunt van betrouwbaarheid te stellen eisen
."
Hieruit blijkt dus overduidelijk dat indien de betrouwbaarheid in twijfel wordt
getrokken er dus een onderzoek gedaan moet worden.


ELRO-nummer: AA6827 Zaaknr: 323-99-V

Bron: Hoge Raad der Nederlanden 's-Gravenhage

Datum uitspraak: 22-08-2000

Soort zaak: straf

Soort uitspraak: arrest


22 augustus 2000

Strafkamer

nr. 323-99-V


Hoge Raad der Nederlanden


Arrest

op het beroep in cassatie tegen de

beslissing van de Kantonrechter te Amsterdam van 7

januari 1999 betreffende:

[betrokkene], wonende te [woonplaats].


1. De beslissing van de Kantonrechter


De Kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.

De beslissing van de Kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan
deel uit.


2. Geding in cassatie


De betrokkene heeft tegen de beslissing van de Kantonrechter beroep in cassatie
ingesteld. Het beroep-schrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel
uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden
beslissing, de beslissing van de Officier van Justitie en de inleidende beschikking
en tot restitutie van hetgeen door de betrokkene tot zekerheid is gesteld.


3. Beoordeling van de bestreden beslissing


3.1. Bij inleidende beschikking is aan de betrokkene met toepassing van art.
5 WAHV een administratieve sanctie opgelegd terzake van “Overschrijding
van de maximumsnelheid op autosnelwegen (verkeersbord A1); meer dan 35 t/m 40
km per uur” op 28 maart 1998 te 16.00 uur op de A10 noord te Amsterdam
met het motorvoertuig met het kenteken [..].


3.2. De in het zaakoverzicht van het CJIB opgenomen toelichting van de verbalisant
houdt onder meer in:

“De gereden snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest en
op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel.

De gemeten snelheid: 141 km per uur

Geconstateerde/gecorrigeerde snelheid : 136 km per uur

Toegestane snelheid: 100 km per uur

Merk/ soort meetmiddel: pro laser

(…)

De geconstateerde snelheid is het resultaat van een uitgevoerde correctie op
de gemeten lasersnelheid, overeenkomstig de richtlijn van de Vecom”.


3.3. De Officier van Justitie heeft het door de betrokkene tegen de oplegging
van de sanctie ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen diens beslissing
heeft de betrokkene beroep ingesteld bij het Kantongerecht.

Het desbetreffende beroepschrift houdt onder meer in:

“Ik ben het niet eens met uw beslissing omdat (volgens mijn informatie)
op de “pleegdatum” van genoemde overtreding het gebruik door de politie
van laserapparatuur niet officieel was toegestaan voor het vaststellen van snelheidsovertredingen”.


3.4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Kantongerecht waarop
het beroep is behandeld houdt onder meer in:

“Betrokkene licht ter terechtzitting het beroepschrift als volgt toe:

De laser is volgens mij een nog niet bij de wet toegestaan meetmiddel. Dit meetmiddel
was ten tijde van de constatering van de gedraging niet in de wet opgenomen.
De laser ontbeert derhalve wettelijke basis. Er wordt kennelijk aan gewerkt,
maar het is nog niet zover.

Verweerder licht zijn opvatting als volgt toe:

Sedert 2 oktober 1997 is de laser-gun geijkt en

vanaf die datum een toegelaten meetmiddel”.


3.5. In cassatie klaagt de betrokkene allereerst dat hij bij de behandeling
van het beroep door de Kantonrechter in zijn verdediging is beknot. Voor hetgeen
de betrokkene dienaangaande aanvoert kan echter geen steun worden gevonden in
het proces-verbaal van de terechtzitting van het Kantongerecht, zodat, nu dat
proces-verbaal voor de Hoge Raad de enige kenbron is van hetgeen op die terechtzitting
is voorgevallen, die klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie
kan leiden.


3.6. Voorts klaagt de betrokkene over de verwerping door de Kantonrechter van
zijn hiervoor onder 3.3 en 3.4 weergegeven verweer.


3.7. Ingevolge art. 1, aanhef en onder a, van de Regeling meetmiddelen politie
van 7 juli 1997/Nrs EA97/U2194 en 638828/597/GBJ, Stcrt 1997, 129, (hierna:
de Regeling) moet voor het gebruik van snelheidscontrolemeters, met uitzondering
van de standaardsnelheidsmeter in politievoertuigen, een verklaring van onderzoek
zijn afgegeven door het Nederlands Meetinstituut NMi N.V. waaruit blijkt dat
deze voldoen aan de eisen als vermeld in de bijlage behorend bij die Regeling.

In cassatie kan ervan worden uitgegaan dat de onderhavige snelheidsovertreding
is geconstateerd met behulp van een zogenoemde Lasersnelheids(controle)me-ter.
De bijlage bij de Regeling houdt omtrent de aan een zodanige snelheidscontrolemeter
te stellen eisen niets in. Het onderhavige meetmiddel valt dus buiten het bereik
van de Regeling, aangezien de daarin gestelde eis van een verklaring van onderzoek
van het NMi N.V. is gerelateerd aan de in de bijlage bij de Regeling genoemde
meetmiddelen en het onderhavige meetmiddel daarin niet wordt genoemd.


3.8. Geen rechtsregel brengt mee dat ter constatering van een snelheidsoverschrijding
als de onderhavige slechts gebruik mag worden gemaakt van bij of krachtens de
wet uitdrukkelijk voorziene meetmiddelen. Uit de enkele omstandigheid dat bij
een dergelijke constatering een meetmiddel is toegepast, voor het gebruik waarvan
geen wettelijke regeling voorhanden is volgt dus op zichzelf niet dat de rechter
het resultaat van de verrichte meting niet zou mogen betrekken bij zijn oordeel
dat de gedraging is verricht (vgl. HR 24 maart 1998, NJ 1998, 536 en

HR 26 januari 1999, NJ 1999,511). Dat neemt niet weg dat de rechter, indien
in een dergelijk geval de betrouwbaarheid van de desbetreffende meting wordt
aangevochten, zal moeten doen blijken van een onderzoek naar de vraag of het
meetmiddel voldoet aan en is gebruikt met inachtneming van de daaraan uit een
oogpunt van betrouwbaarheid te stellen eisen.


3.9. Het verweer en de daarop voortbouwende in cassatie opgeworpen klacht stoelen
onmiskenbaar op de opvatting dat de enkele omstandigheid dat het onderhavige
meetmiddel niet wordt vermeld in de bijlage bij de Regeling en evenmin bij enige
andere wettelijke regeling is voorzien, meebrengt dat het resultaat van de meting
niet mag bijdragen tot het oordeel dat de gedraging is verricht. Die opvatting
is, naar uit het vorenoverwogene volgt, onjuist, zodat de Kantonrechter het
verweer terecht heeft verworpen, wat er zij van hetgeen zij dienaangaande heeft
overwogen. De tegen die verwerping gerichte klacht treft dus geen doel.


3.10. Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beslissing
ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.


4. Beslissing


De Hoge Raad verwerpt het beroep


Dit arrest is gewezen door de vice-president

W.J.M. Davids als voorzitter, en de vice-president

C.J.G. Bleichrodt, en de raadsheren G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, F.H.
Koster en H.A.M. Aaftink, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon,
en uitgesproken op 22 augustus 2000.


Mr Jörg

Nr. 0323-99-V Conclusie inzake:

Parket, 18 april 20000 [verzoeker=betrokkene]


Edelhoogachtbaar College,




1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beslissing van de kantonrechter te
Amsterdam van 7 januari 1999, waarbij deze het beroep van verzoeker tegen de
ongegrondverklaring van het administratief beroep tegen de oplegging van een
boete van ƒ 330,- ter zake van een op 28 maart 1998 begane snelheidsovertreding
ongegrond heeft verklaard.


2. In zijn beroepschrift in cassatie klaagt verzoeker erover dat de snelheidsovertreding
is geconstateerd met behulp van laserapparatuur en dat voor het gebruik van
deze apparatuur geen wettelijke basis aanwezig is.


3. De in het zaakoverzicht opgenomen toelichting van de verbalisant houdt onder
meer in:

“De gereden snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest en
op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel.

De gemeten snelheid: 141 km per uur

Geconstateerde/gecorrigeerde snelheid: 136 km per uur

Toegestane snelheid: 100 km per uur

Merk/soort meetmiddel: pro laser.() De geconstateerde snelheid is het resultaat
van een uitgevoerde correctie op de gemeten lasersnelheid,1 overeenkomstig de
richtlijnen van de VECOM.”


4. In het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie -
die zodanig elliptisch is geformuleerd dat men er niet uit kan opmaken of aan
de zaak van verzoeker andere dan geautomatiseerde aandacht is besteed - heeft
verzoeker onder meer aangevoerd:

“Ik ben het niet eens met uw beslissing omdat (volgens mijn informatie)
op de ‘pleegdatum’ van genoemde overtreding het gebruik door de politie
van laserapparatuur niet officieel was toegestaan voor het vaststellen van snelheidsovertredingen.”


5. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de kantonrechter houdt onder
meer in:

“Betrokkene licht ter terechtzitting het beroepschrift als volgt toe:

De laser is volgens mij een nog niet bij de wet toegestaan meetmiddel. Dit meetmiddel
was ten tijde van de geconstateerde gedraging niet in de wet opgenomen. De laser
ontbeert derhalve wettelijke basis. Er wordt kennelijk aan gewerkt, maar het
is nog niet zover. Verweerder licht zijn opvatting als volgt toe: Sedert 2 oktober
1997 is de laser-gun geijkt en vanaf die datum een toegelaten meetmiddel.”


6. De kantonrechter heeft in de bestreden beslissing naar aanleiding van dit
verweer als volgt overwogen:

“() Voorts verdedigt [betrokkene] dat volgens zijn informatie op de betreffende
datum het gebruik van laserapparatuur door de politie ter vaststelling van een
gereden snelheid wettelijke basis ontbeerde. () Betrokkene heeft zich voorts
erop beroepen dat de gebruikte meetapparatuur niet is vermeld in het Meetmiddelenbesluit,
zodat de meting niet rechtsgeldig is. Dit beroep wordt verworpen aangezien de
apparatuur voldoet aan de wettelijke normen blijkens onderzoek door het Nederlands
Meetinstituut op 2 oktober 1997, zoals de officier van justitie ter zitting
heeft aangevoerd.”


7. Op de onderhavige zaak is van toepassing de op 12 juli 1997 in werking getreden
Regeling meetmiddelen politie (regeling van 7 juli 1997, Stcrt. 1997, 129).
In deze Regeling is neergelegd van welke meetmiddelen de politie zich mag bedienen
teneinde onder meer snelheidsovertredingen te constateren. Art. 1 Regeling meetmiddelen
politie luidt, voorzover te dezen van belang:

“Voor het gebruik van de volgende meetmiddelen moet een verklaring van
een onderzoek zijn afgegeven door het Nederlands Meetinstituut NMi N.V. waaruit
blijkt, dat deze voldoen aan de eisen als vermeld in de bijlage behorende bij
deze regeling: a. snelheidscontrolemeters ().”


8. Dat een lasersnelheidsmeter een snelheidscontrolemeter is als bedoeld in
art. 1 sub a Regeling meetmiddelen politie spreekt in zekere zin voor zichzelf,
maar wordt ook bevestigd door de - zij het nog in een conceptstadium verkerende
- Voorschriften meetmiddelen Politie (versie 25a)
. Een lasersnelheidsmeter
(in de wandeling ook wel lasergun genoemd) is een “meetinstrument voor
het meten van snelheid van voertuigen, waarbij gebruik wordt gemaakt van door
het voertuig gereflecteerd laserlicht” (punt 12.1 van die conceptregeling).


9. Een meetmiddel mag ingevolge de aanhef van art. 1 Regeling meetmiddelen
politie slechts gebruikt worden als daarvoor een verklaring van een onderzoek
is afgegeven door het Nederlands Meetinstituut waaruit blijkt dat het meetmiddel
voldoet aan de eisen als vermeld in de Bijlage bij die regeling. Die Bijlage,
zo wordt na art. 7 vermeld, wordt niet in de Staatscourant geplaatst, maar ligt
ter inzage op het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In die Bijlage, die op
7 juli 1997 aan de Minister van Binnenlandse Zaken bekend is, zijn de eisen
waaraan een lasersnelheidsmeter dient te voldoen evenwel niet opgenomen.


10. Uit door mij ingewonnen informatie bij het Ministerie van Justitie en het
Nederlands Meetinstituut is gebleken dat de eisen waaraan een lasersnelheidsmeter
moet voldoen zijn neergelegd in paragraaf 12 van de Voorschriften meetmiddelen
Politie (versie 25a). Deze voorschriften hebben, als gezegd, evenwel de
status van conceptregeling en zijn nog niet van kracht.
Desondanks geeft
het Nederlands Meetinstituut een verklaring van een onderzoek af indien een
lasersnelheidsmeter voldoet aan de in deze conceptregeling gestelde eisen en
worden deze lasersnelheidsmeters door de politie gebruikt ter constatering van
snelheidsovertredingen.


11. Deze gang van zaken kan niet door de beugel. De eisen waaraan een lasersnelheidsmeter
dient te voldoen zijn immers niet opgenomen in de bovengenoemde Bijlage bij
de Regeling meetmiddelen politie van 7 juli 1997. Dus mag ingevolge de aanhef
van art. 1 van die Regeling (voor het wettige bewijs van een snelheidsovertreding)
geen gebruik worden gemaakt van dit meetmiddel, waarvan de technische eisen
zich nog slechts in het conceptstadium bevinden. Dat de lasersnelheidsmeter
blijkens onderzoek door het Nederlands Meetinstituut voldoet aan “de wettelijke
normen”, aldus de kantonrechter, berust dan ook op een onjuiste opvatting
bij de kantonrechter omtrent de status van de Voorschriften meetmiddelen Politie
(versie 25a).


12. De Voorschriften meetmiddelen Politie liggen, anders dan de huidige Bijlage
bij de Regeling meetmiddelen politie, niet ter inzage op het Ministerie van
Binnenlandse Zaken. Voor het kennisnemen van de eisen waaraan de lasersnelheidsmeter
dient te voldoen bestaat dus geen officiële mogelijkheid.


13. Op grond van het vorenoverwogene acht ik verzoekers klacht dat het gebruik
van laserapparatuur door de politie ter vaststelling van een gereden snelheid
wettelijk basis ontbeert gegrond.


14. Voor de volledigheid ga ik nog kort in op de klacht van verzoeker dat hij
tijdens de terechtzitting bij de kantonrechter niet voldoende in de gelegenheid
zou zijn gesteld om zijn standpunt volledig uiteen te zetten.


15. De bestreden beslissing en het van de terechtzitting opgemaakte proces-verbaal
vormen voor de Hoge Raad de enige kenbron van hetgeen ter terechtzitting van
de kantonrechter van 7 januari 1999 is voorgevallen (vgl. HR 15 februari 2000,
nr. 370-99-V). In die stukken is geen steun te vinden voor verzoekers stelling
dat hij onvoldoende in de gelegenheid zou zijn gesteld om zijn verhaal te doen,
zodat de dienaangaande opgeworpen klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag
faalt. Dat wil niet zeggen dat hetgeen verzoeker aanvoert niet juist zou kunnen
zijn. Dit zou dan te betreuren zijn omdat de eerstelijns rechtspraak, in het
bijzonder die door alleensprekende rechters, het visitekaartje van Justitie
is.


16. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing,
de beslissing van de Officier van Justitie en de inleidende beschikking en tot
restitutie van hetgeen door verzoeker tot zekerheid is gesteld.


De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden


AG


1 Bedoeld zal zijn: de met de laser gemeten snelheid, en niet: de snelheid
van de laser.


 



Flitsservice.nl wordt gehost door:

Prolocation banner