Variabele snelheid helpt niet


Variabele maximumsnelheden leiden op de Nederlandse snelwegen niet tot kortere files. Dit blijkt uit de eerste resultaten van een proef op de A1 tussen Apeldoorn en Deventer.



Op de A1 geldt sinds 4 september een variabel snelheidsregime. Borden boven de weg dwingen automobilisten langzamer te rijden als het drukker wordt. Iedereen die harder rijdt, wordt direct geflitst. De gedachte achter het systeem is de capaciteit van de weg te vergroten en daardoor files te voorkomen.



Volgens verkeerskundige J. van Toorenburg van bureau Transpute wordt dit doel nog niet gehaald. Transpute is het bedrijf achter het rekenmodel waar de proef in Deventer op draait. Uit de bestudering van de meetgegevens weet hij dat het aantal files vergeleken met vorige jaren gelijk is gebleven. Dit verbaast de deskundige niet, want eerdere proeven op de Duitse autobaan toonden volgens hem ook geen noemenswaardige veranderingen.



,,Deze techniek heeft zeker potentie, maar vooralsnog komt het er niet uit. Zelfs als het zou lukken, is de variabele snelheid geen wondermiddel. Een paar procent minder files; meer is er niet mee te bereiken. Uiteindelijk is en blijft het toch de capaciteit van de weg die telt. Die kan je met een variabele snelheid alleen optimaliseren, niet vergroten. Daarvoor is asfalt nodig'', aldus de verkeerskundige.



Zijn collega S. Hoogendoorn van de TU Delft is het hiermee eens. De universitair hoofddocent verkeersstroom twijfelde al voor de start van het experiment aan het nut van variabele maximumsnelheden. De conclusies van Van Toorenburg bevestigen zijn standpunt.



Volgens de universitair hoofddocent is de optimale snelheid bij grote drukte 85 kilometer per uur. Langzamer of sneller rijden beperkt de capaciteit van de weg en zorgt voor een grotere kans op files. Hier bovenop komt volgens Hoogendoorn het schrikeffect dat variabele snelheden bij weggebruikers teweeg kan brengen. ,,Zeker als de stappen behoorlijk groot zijn, bijvoorbeeld van 120 naar 80 kilometer zoals op de A1, en mensen bang zijn voor een bekeuring, dreigt verstoring van het verkeer. Dat vergroot op zijn beurt de kans op files.''



De proef op de A1 had een omstreden start. De eerste twee weken stond het verkeer op de snelweg regelmatig vast. Volgens de ANWB Verkeersinformatiedienst waren de files langer dan gebruikelijk. Rijkswaterstaat erkende dat er een fout in het systeem zat. Volgens verkeerskundige Van Toorenburg wijzen de cijfers uit dat er helemaal niets vreemds aan de hand was. In dezelfde periode een jaar eerder waren de opstoppingen volgens hem even lang.



Rijkswaterstaat Oost-Nederland wil nog niets zeggen over de resultaten van de proef. De dienst wacht nog tot de evaluatie van de proef.

Bron:  Algemeen Dagblad

Melder: Ridwan Alblas
Fulcrum



Commentaar Flitsservice:


 

Veel geld verspillen aan het opleggen van een factor die nauwelijks invloed heeft. De deskundigen weten het, maar vinden het prima om dik betaald met een grote bak met proefdieren te spelen. Overheid, bedankt.



Off-topic maar kwam ik tegen in PDF Vergaderjaar 2001–2002

Hoeveel procent van de
snelheidsboetes, in aantallen en in
opbrengsten, is het gevolg van
zogenoemde trajectcontroles?
Hoeveel procent van de boetes
betreft buitenlanders, zowel in
aantallen als in bedragen naar
inbaarheid?

antwoord:

In 2001 heeft van 31 augustus tot en
met 3 oktober één pilot met
trajectcontrole plaatsgevonden. Het
betrof hier een proef met
trajectcontrole bij
wegwerkzaamheden op de A-2 van
Eindhoven naar Maastricht tussen
Leende en Maarheeze. In dit
pilot-project werd gewerkt met
automatische trajectcontrole. Dit is
een nieuwe manier om snelheden te
meten en overtreders te bekeuren.
Het belangrijkste verschil met de
bekende controles met de flitspaal is
de afstand waarover de snelheid
wordt gemeten. Gaat het bij een
flitspaal om een meting van de
snelheid op één punt, bij
trajectcontrole gaat het om de meting
van de gemiddelde snelheid. Over
een bepaalde afstand zijn aan het
begin en aan het eind boven of bij de
weg videocamera’s opgesteld die van
ieder passerend voertuig een
elektronische afbeelding maken. Met
deze videobeelden berekent een
computer de gemiddelde snelheid
van een passerend voertuig. Ligt deze
gemiddelde snelheid hoger dan de
maximum toegestane snelheid, dan
krijgt de weggebruiker een bekeuring
thuis gestuurd.
Bij deze trajectcontrole werden 1 609
overtredingen van de
maximumsnelheid geconstateerd.
Afgezet tegen het totale aantal in
2001 opgelegde boetes, bedraagt het
aantal boetes voortvloeiend uit de
trajectcontrole minder dan een
duizendste procent. Van de 1 609
overtreders waren er 1 492 (93%) uit
Nederland afkomstig en 117 (7%) uit
het buitenland (87 uit Duitsland, 27
uit België en 3 uit Zwitserland).
Slechts het aantal opgelegde
beschikkingen wordt bijgehouden, de
hoogte van die beschikkingen niet.